VCM_062026_LR
FORECASTING, PLANNING & INVENTORY MANAGEMENT
twee à vijf. Daar zit dus een behoorlijk groot verschil tussen. Het komt er dan ook op aan de voorraadrotatie goed in de gaten te houden en te zien wat voor jouw organisatie het best werkt.” O. Garmyn: “Sommige organisaties werken nog met algemene gemiddelden voor hun voorraadberekeningen. Is dat voldoende?” A. Verleysen: “Absoluut niet. Algemene gemid delden zijn hoogstens een vertrekpunt. Echte inzichten ontstaan pas wanneer je segmenta tie toepast, want het verschil tussen product categorieën kan enorm zijn. Een doos koperen schroeven kent veel lagere opslagkosten dan pakweg isolatieplaten. Toch kunnen beide net dezelfde marge hebben. Je zal dus meer isolatieplaten moeten verkopen om er het zelfde aan over te houden. Daarom moet je voorraad analyseren per categorie, per SKU (stock keeping unit) of zelfs per klanttype. Dat geeft waardevolle inzichten. Welke producten nemen disproportioneel veel ruimte in? Welke producten roteren snel en welke blijven lig gen? En waar zit de dode voorraad?” “Dode voorraad is trouwens een van de meest onderschatte financiële problemen. Dat zijn producten die letterlijk blijven liggen: produc ten in voorraad zonder realistisch verkoopper spectief. In de fashion herken je die producten heel duidelijk. Korte broeken die er tegen de winter nog steeds liggen, vertegenwoordigen in feite al verlies. Dode voorraad heb je ook in technische sectoren, bijvoorbeeld, alleen zal dat visueel minder zichtbaar zijn. Van zodra ongeveer tien procent van je voorraad niet meer roteert, kom je in de gevarenzone. Dan zit je met producten die geen waarde meer creëren, maar wel ruimte en kapitaal blijven innemen.” EOQ: zoeken naar evenwicht O. Garmyn: “Een ander concept dat vaak terugkomt, is de EOQ of economic order quan tity. We merken dat het een moeilijke oefening blijft om die te berekenen.” A. Verleysen: “EOQ draait rond het vinden van een optimaal evenwicht tussen bestelkosten
en voorraadkosten. Dat kan lastig zijn. Ener zijds wil je grotere volumes aankopen om betere aankoopprijzen te krijgen, anderzijds doet dat je voorraadkosten stijgen. Hoe gro ter je bestellingen, hoe meer ruimte je immers nodig hebt en hoe meer kapitaal je vastzet. Kleinere bestellingen zorgen dan weer voor hogere ontvangst-, handling- en administra tieve kosten. Het optimale punt ligt ergens tussen die twee extremen. Wat dat optimum is, kan ook sterk verschillen per productca tegorie. Wil je een goed zicht krijgen op dat optimum, dan volstaat buikgevoel niet meer. Bedrijven beschikken vandaag over enorme hoeveelheden data. Gebruik die ook: analy seer rotatie, opslag- en handlingkosten en verkoopgedrag. Dan kun je veel beter bepalen welke bestelgrootte economisch verantwoord is.” O. Garmyn: “Ondanks het belang van werkka pitaal, focussen veel bedrijven toch nog vooral op omzetgroei.” A. Verleysen: “Terwijl met werkkapitaal net enorme winst te boeken valt. Werkkapitaal is eigenlijk het geld dat vastzit in de dagelijkse werking van je onderneming. Daarbij speelt voorraad uiteraard een cruciale rol. Een kleine verbetering in voorraadrotatie kan onmiddel lijk een grote financiële impact hebben. Stel dat je je voorraadniveau met een half miljoen kunt verlagen zonder dat dit tot servicever lies leidt. Dan komt een heel groot bedrag vrij voor ander zaken. Maar daar stopt het niet. Op dat halve miljoen betaal je ook geen jaar lijkse voorraadkosten meer. Als je uitgaat van bijvoorbeeld zestien procent voorraadkosten, dan levert dat een jaarlijkse besparing van tachtigduizend euro op. En dat zijn recurrente kosten. Dat maakt voorraadoptimalisering iets heel krachtigs.” “Ik raad ook altijd aan je voorraad af te zetten tegenover je omzet. Stel dat je een omzet van honderd miljoen genereert en twintig pro cent daarvan zit vast in voorraad, dan heb je nog altijd een groot bedrag over om andere dingen mee te doen. Realiseer je echter een omzet van slechts één miljoen, dan hou je
natuurlijk veel minder geld over als twintig procent daarvan in voorraad vastzit. Vervol gens kun je naar je brutomarge kijken. Als je een voorraad van twee miljoen euro hebt, een omzet van tien miljoen en je een brutomarge van dertig procent, dan kun je met die drie miljoen marge je voorraad opnieuw aankopen en heb je nog een miljoen over om andere dingen aan te kopen.” O. Garmyn: “We hebben het al gehad over voorraadrotatie, cashflow en werkkapitaal. Maar finance kijkt natuurlijk ook naar rende ment. Dan komen we automatisch uit bij de ROCE (return on capital employed). Waarom is die parameter zo belangrijk?” A. Verleysen: “Omdat de ROCE eigenlijk toont hoe efficiënt een onderneming omgaat met het kapitaal dat in het bedrijf zit. Heel een voudig gezegd: hoeveel operationele winst genereer je met het kapitaal dat in je onderne ming vastzit? Daar speelt voorraad natuurlijk een grote rol in, want dat maakt deel uit van je geïnvesteerde kapitaal. Hoe meer voorraad je aanhoudt, hoe meer kapitaal je nodig hebt om je activiteiten draaiende te houden. Zoals je zei, bedrijven focussen vooral op omzetgroei, maar vergeten te kijken hoeveel kapitaal daar Een goed voorraadbeheer draait niet om hoeveel voorraad je hebt, maar wel om hoe snel die voor raad beweegt.
38
WWW.VALUECHAIN.BE
Made with FlippingBook Ebook Creator